Een beoordeling van slotenmaker Oudergem

Juiste Oudekerkhof bezijden een Kerk eindigde dit 14e stadskwartier. Zonderling in overvloed werden aangaande de vier aldaar voor het haardstedegeld opgeschreven huizen, 3 bewoond door suppoosten met Vulcanus, een wapensmid der goden, voor wiens „winckel en Packhuys’, direct Over Bleyswijck het Arsenaal of Stapelmagazijn over Holland noemt, zij ieder dit zijne immers zullen beschikken over bearbeid en gele­verd.

Het betekent op zichzelf zelf ook niet heel wat, doch hetzelfde verschijnsel, vermindering der stookplaatsen, is in al een kwartieren waargenomen, ook in de aanzienlijkste woningen. Ten eindpunt een druk der belasting aangaande dit haardstedengeld zoveel geoorloofd te verlichten, zal men doorgaans hebben verwijderd wat ook niet gebruikt werden ofwel overbodig was, een maatregel, die in later tijd door belastingplichtigen in praktijk placht te gebracht worden.

Hetgeen men meteen zou kunnen uitdrukken mits: ‘gij zit te gluren zodra ons poelsnip’. Cats zinspeelde hierbij op een gewoonte met reigers en roerdompen teneinde lange tijd roerloos en stokstijf op één poot te ogen staren tot ons bepaald kwestie, waarbij zij af en toe de ogen sluiten zodra vallen ze in ons dut.

Gedeeltelijk tot woonhuis ingericht, had mr. Philips Davijn daar bestaan aardse tabernakel in opgeslagen. Wie hij was, mag ik niet zeggen, maar echt een deftig Heer, welke er tijdelijk verbleef en wegens zijne huishouding vier haardsteden behoefde.

De naastwonende ernaast oefende ‘Inde Drie Candelaers’ dit schrijnwerkersvak uit. Nog een lakenbereider, in wiens woonhuis een gevelsteen prijkte betreffende ons afbeelding, waaronder stond te lezen ‘Inde Schaepscoy’ voor degenen die dit konden. Voor een ongeletterden, wier reeks toentertijd bijzonder groot was, gaf een duidelijke voorstelling over ons schaapskooi aanwijzing in overvloed om te kunnen begrijpen waar ze Corstiaen Cornelisz hadden te zoeken.

Een paar huizen zuidwaarts woonde de toenmalige ‘voorleser in d'oude Kerck’, die later aan de westzijde aangaande een Hip­potytusbuurt een eigen huis betrok. In dit register het we volgen, opgewonden hij alleen Guillame; in het register betreffende een Verponding aangaande 1620 luidt meer info zijn volle benaming: Guillame du Rieu ‘voor­leser’.

Een Papestraet huisvestte mensen over allerhande bedrijf. Er vond men een ‘1indewaeryerster', dat wensen zijn zeggen ons dame die ons linnenwinkel hield. Verder bemerken wij ons boekbinder, een hoedenmaker, ons wapensmid, ons schoenmaker en een weduwe over stadstromper Cornelis Cornelisz. Zijn aanhef was ‘trompetsteecker ende wachter op den Stadthuystoren’.

Een snijder, die vanwege de mindere man de schaar hanteerde, stond tussen een deftige kleermaker en de geringe lapper in. Een oud-kleermaker werden voor drie haardsteden aangeslagen in ons deel over dit huis betreffende een steenhandelaar voor iemand die deze inwoonde.

Zij schijnt, wat men nu noemt een ‘specialiste’ in die voorbereidende kunstbewerking te zijn geweest, waarvan een lenigheid betreffende dit linnen­fabrikaat zeer afhankelijk was; immers komt in dit ganse register geen tweede garenziedster voor, die door een benaming met dat ambacht betreffende andere dames wordt onderscheiden.  

Een meesters van 't Andere Gasthuis zouden hem en bestaan huisgezin daarenboven over een woonplaats ‘versorghen’. 3 dagen later trad een andere ambtenaar in dienst. Aangezien een conditiën, waarop hij werd aangesteld - men lette op het verschil over loon voor de dood en bij dit behoud aangaande een patiënt - vrij curieus zijn, heb je bij deze pestmeester hetgeen langer verwijld.

In de Oudheden en Gestichten aangaande Delfland wordt een kwestie mijns inziens volko­men opgelost. Daar wordt aangetekend: “De heer Bleiswijck zeit in bestaan beschrijvinge over Delft, het een brieven en papieren aangaande dit Begynhof, mits een oorlog en de veranderingen met tyden, gedolven en in een aarde begraven zijnde, ganschelijk vergaan en onleesbaar geworden ziin, enz.”.

Verder was daar de nederige woonhuis met ‘poppemaeker’ Pouwels Phillipsz. Ons handwerk, dat bestaan toppunt betreffende volmaaktheid bij de Franse naburen bezit bereikt, daar waar ook poppen van 1000 franc het stuk vervaardigd worden, behoort intussen (1882),

Verder de hierboven genoemde brouwerij de Roslam was het achterdeel betreffende een vroegere brouwerij De Slange welke oorspronkelijk aan de Koornmarkt gevestigd was, maar doorliep tot met een Oude

In een Schoolsteeg treffen we met: mr. Arent Stevensz Rumelaer ‘ondermeester vant groote de kleuterschool’, welke ‘in stadtshuysken’ om niet woonde; Huygh Pietersz ‘Sanger’, welke nog ons huisje in de steeg bezat, maar van iemand die je ook niet weet te zeggen ofwel deze die bezitting door zijn stem verkregen had.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *